Haven

Evacuatie

Door de dreigende oorlog werd op 29 augustus 1939 door de Nederlandse regering een algehele mobilisatie afgekondigd. Indien Duitsland ons land zou aanvallen, zouden troepen aan de grens voor vertraging zorgen. De hoofdverdediging zou gevoerd worden bij de Grebbelinie en de Gelderse Vallei zou dan worden geëvacueerd, inclusief de gemeente Wageningen, behalve het gedeelte ten oosten van de Diedenweg.

Als evacuatie-adres voor Wageningen werden de gemeenten Zwijndrecht, Ridderkerk en IJsselmonde aangewezen. Het afvoeren van de bevolking zou met schepen over de Rijn gebeuren. Wageningen had deze evacuatieplannen goed uitgewerkt.

’s Morgens 10 mei 1940 kwam een telegram bij de burgemeester van Wageningen: “Aanvang maken met afvoer Burgerbevolking uwer Gemeente onmiddellijk inschepen”.
In elk schip werden ruim 400 personen uit eenzelfde wijk ondergebracht. Als laatsten werden doktoren, verplegend personeel, priesters en predikanten over de schepen verdeeld. Sommige schepen waren niet schoongemaakt. De vorige scheepsladingen van cement en kolen verdeelden de Wageningers op deze manier in ‘witten en zwarten’ toen ze er weer uitkwamen. Om 4 uur vertrokken de eerste schepen, getrokken door sleepboten. Toen de laatste schepen rond 6 uur langs Rhenen voeren, werden al bommen gegooid in het gebied bij Wageningen.

Een ooggetuigenverslag van mevrouw J.J. van Dodewaard-Rijksen:

“Een dan komt de officiële oproep: evacueren! Om 12.00 uur verzamelen bij het blokhoofd. Het is zover! Vader zet het kippenhok open en laat de konijnen vrij in het gras. Ze moeten zichzelf nu maar redden. Och, en de poes! Ook maar naar buiten. We kunnen je niet meenemen beestje. Het ga je goed!
Dan kleden we ons aan en binden de bagage op onze rug. Nog een klein koffertje en handtassen. Mijn zus en ik stoppen nog gauw wat dierbare foto’s in onze tas, en dan gaan we.
We kijken nog een keer om.

Steeds meer mensen sluiten zich aan en scharen zich om het opgeheven bord met ons groepsnummer. Tot de groep van ongeveer 50 personen voltallig achter het blokhoofd aan naar de stad trekt.

In de Hoogstraat zijn de bewoners nog thuis. Ze staren ons meewarig aan, wetende dat zij straks ook aan de beurt komen. Er ligt veel glas op de trottoirs. Militairen laten met springladingen bomen over de weg vallen, als versperring voor de vijand. De winkelruiten sneuvelen bij de ontploffingen. Winkeliers halen hun etalages leeg, en delen allerlei etenswaren uit aan de langs trekkende mensen.”

Ooggetuigenverslag mevrouw Ormel:

Ooggetuigenverslag Bert Polak (04-5-2013, Wolfheze):

Op 10 mei 1940 waren er om ± 15.30 uur luchtgevechten boven Wageningen, mijn vader  was ondercommandant evacuatie van een bepaald district van Wageningen. Wij gingen naar de Rijnaken. Mijn Grootmoeder die mij verzorgde, was ziek en werd met de ambulance gebracht,maar kon door de drukte niet bij de boten komen. Ze werd overgeladen in een kruiwagen en zo de kippentrap loopplank af het ruim ingereden. Wij waren voor die tijd rijk met het in bezit hebben van een kijker. Zo mochten 3 jongens waaronder ik de lucht af speuren of er vijandelijke vliegtuigen ons zouden aanvallen. Ja hoor daar kwam een Messerschmitt in duikvlucht aan; de begeleidende politieboot begon met zijn mitrailleur te ratelen. De jager bleek echter een noodlanding te maken! Daar kwam de burgerwacht ter plaatse, om de Duitsers in te rekenen. Ze holden naar ze toe! De Duitsers doken in het vliegtuigje en zetten een mitrailleur op de dijk… de burgerwacht rende nog twee maal zo hard om dekking te zoeken. Het was ondanks de narigheid een komisch gezicht. Met eigen ogen gezien.

Categorie: 1940, Haven | Trefwoorden: , , | Reageer »

Evacuatie en terugkeer


Professor dr. ir. Anne van den Ban (1928) was 16 toen Wageningen in 1944 voor de tweede maal werd geëvacueerd. In een terugblik op de oorlogsjaren worden een aantal jeugdherinneringen opgehaald en verteld hij over de tweede evacuatie van Wageningen.
De familie van den Ban vond toen huisvesting in een boerderij in de omgeving van Lunteren. Op deze boerderij vonden uiteindelijk 22 mensen onderdak  in de boerderij en een aantal kippenhokken.
Aanvankelijk dacht men dat de evacuatie een paar weken zou duren, uiteindelijk kon men pas na 8 maanden weer terug naar Wageningen. Na terugkeer bleek een groot deel van Wageningen verwoest: “Men heeft mij gezegd, er waren 8 huizen waar geen schade aan was, maar ik heb geen van die huizen kunnen vinden. Bij ons viel de schade nog wel mee een groot deel van de ruiten waren eruit, een van de dingen was dat we erkers hadden met een plat dak van zink en daar waren bomscherven doorgegaan dus dat lekte en daar moest wat aan gedaan worden”.
Ook het botenhuis van Argo was verwoest. Eerst door granaattreffers van de geallieerden die de boten in de haven tot zinken wilden brengen. Later werd hout van het botenhuis gebruikt voor de versterking van Duitse loopgraven in de zomerdijk. Na de oorlog werd het botenhuis opnieuw opgebouwd.

Jan van den Ban (1926), emeritus hoogleraar Cultuurtechniek, is de twee jaar oudere broer van Anne van den Ban. Hij zette zijn herinneringen aan de oorlog op papier.

De ondergrondse in Lunteren

De familie Steenbeek waar de familie van den Ban de winter van ’44 – ’45 doorbracht, was actief in het verzet. De Wageningse evacués werden hier niet in betrokken, maar hoorden later de verklaring voor onder andere een explosie in het kippenhok van de buren.

Lees verder »

Na de bevrijding

In 1944 trad Jan van den Ban toe tot de Binnenlandse Strijdkrachten, een bundeling van verzetsgroepen.

Lees verder »

Commandant Harry

Na enkele omzwervingen via Veenendaal in 1944 kwamen wij terecht op de Driesprong in Ede. Op de Deelweg konden wij beschikken over een kippenschuur.
In april 1945 kwamen de bevrijders over de heide en trokken noordelijke richting.
In april 1945 maakten amerikanen stellingen om rugdekking te geven aan de militairen die over de heide kwamen.
Bij de familie Brouwer aan de Deelweg werd een hoofdkwartier gevestigd.
Ik was toen 14 jaar en ging vaak met commandant Harry met de jeep mee om de diverse stellingen te controleren.
Op een dag toen we terug kwamen werden we door een aantal Duitsers, die zich verscholen hadden langs de Wekeromse weg beschoten.
Harry trok mij van de bijrijdersstoel naar achteren in de jeep en riep down.
Een hevig vuurgevecht volgde, ik lag weggedoken in de jeep. Toen het vuren ophield durfde ik niet meer tevoorschijn te komen.
Toen hoorde ik mijn moeder roepen en durfde ik de jeep uit te komen.
Harry is bij dit gevecht omgekomen. De Duitsers langs de Wekeromseweg zijn ook allemaal doodgeschoten.
Harry heeft mijn leven gered daar ben ik hem zeer dankbaar voor.

Chris van Aggelen

Categorie: 1944, 1945, Haven | Trefwoorden: , , | Reageer »