Tagarchief: luchtlandingen

Vliegeniers over de Rijn

Niet alle “gliders” kwamen op hun bestemming terecht. De ondergrondse had op de begraafplaats aan de Oude Diedenweg te Wageningen een prachtige schuilplaats gebouwd in de zomer van 1944. Daar werden ook piloten en parachutisten heengebracht, voordat zij over de Rijn gezet konden worden naar het vrije zuiden. Sommige geallieerden die gecrasht waren of verkeerd terecht waren gekomen in de uiterwaarden, kwamen direct bij de Wolfswaard terecht. In totaal waren er zeven tochten over de rivier in een roeiboot nodig om 68 geallieerde militairen over te zetten.

Ooggetuigenverslag: Henk Sijnja

Gedenksteen l Bron / lees verder: Wageningen 1940 – 1945

Categorie: 1944, Wolfswaard | Trefwoorden: , , , | Reageer »

Bombardement Sahara

Op zondag 17 september 1944, voorafgaand aan de luchtlandingen van de Slag om Arnhem, kwam een bommenregen neer op de wijk Sahara. Hierbij vielen 35 doden en werden 14 mensen zwaar gewond, waarvan er 4 later overleden. Eén persoon bleef vermist. Veel huizen in de wijk Sahara en een deel van de Diedenweg werden vernield. Het Laboratorium voor Landbouwscheikunde kreeg enkele voltreffers en werd vrijwel geheel vernietigd.

Als voorbereiding op de luchtlandingen bij Wolfheze wilden de Engelsen zoveel mogelijk Duitse troepen rondom het landingsterrein uitschakelen. Doelwit was landgoed Belmonte waar veel Duitse legervoertuigen stonden, maar doordat de wind uit een andere richting woei dan aan de Britse piloten was doorgegeven misten de bommen hun doel.

Een verslag van Henk Glimmerveen:

Op de weg voor het huis stond ik naar boven te kijken, een beetje opgewonden omdat ik nog nooit zoveel vliegtuigen bij elkaar had gezien.
Plotseling zag ik dat een paar vliegtuigen lager gingen vliegen dan de rest. Onmiddellijk daarna zag ik bommen vallen: zwarte strepen die tegen de blauwe lucht naar beneden suisden. Zonder er bij na te denken liet ik me voorover vallen. Ik lag al toen ik de laatste bommen – heel dichtbij – zag neerkomen.
De volgende herinnering is een stofwolk, zo dicht dat ik hooguit enkele meters kon kijken. Vreemd: ik herinner me geen explosies, hoewel de ontploffende bommen en het neervallende puin van de vernielde huizen een hels lawaai moeten hebben gemaakt.
Ineens stond pa in de voordeur, roepend: “Henk, ben je daar? Leef je nog?
Ik sprong op, liep naar pa toe. Hij had blijkbaar mama, Bep en Loes al gezien, want hij verzuchtte: “We zijn er allemaal nog – Godzijdank!” Twee huizen met rieten daken stonden in brand. Meneer de Jong, die enkele huizen verderop op de Diedenweg woonde, lag op een brancard te sterven. Hij had een scherf in zijn nek gekregen.

Woensdag 20 september werden de 7 Rooms-katholieke overledenen ter aarde besteld, diezelfde dag werden ook 11 geallieerde soldaten begraven (lees hier verder) aan de Oude Diedenweg.  De volgende dag, donderdag 21 september 1944, werden de 28 overige slachtoffers van het Sahara-bombardement begraven op de Algemene Begraafplaats.
Tijdens de begrafenissen ging het oorlogsgeweld door. De woorden van de dominee werden overstemd door het gebulder van het geschut en het geknetter van mitrailleurs in de omgeving. Een vliegtuig vloog brandend over en stortte neer bij Hotel Nol in ’t Bosch. De aanwezigen renden weg om zich in veiligheid te stellen. De ceremonie op de begraafplaats moest worden afgebroken.

Quote: Dat bolletje brood uit de Bakkerstraat
Bron tekst: Wagezine

Categorie: 1944, Sahara | Trefwoorden: , | Reageer »

Luchtlandingen


Noodlanding glider

Op maandag 18 september 1944, de tweede dag van de grote luchtlandingen, moest een glider een noodlanding maken in de uiterwaarden langs de Veerweg naast het steenovenpad. Het toestel was zwaar beschadigd. Van de zes Engelse militairen bleken er drie min of meer ernstig gewond te zijn. Drie militairen werden krijgsgevangen gemaakt en, lopend via de Veerweg en een gedeelte van de Veerstraat, door de Duitsers afgevoerd. De straatbewoners begroetten de gevangenen vriendelijk en gaven hun fruit. De Duitsers maakten geen bezwaar.

De toen aan de Veerweg wonende mevrouw Bleeker snelde naar het neergestorte toestel om hulp te verlenen:

“We zagen het vliegtuig zich losmaken van de groep en naar ons toe neerkomen precies over het middenpaadje van de weilanden. Het was een wonderbaarlijk gezicht. Het vliegtuig splitste zich en reed in twee delen uiteen, het achterdeel op de wielen van de jeep die erin stond. Wij grepen onze EHBO-tas en renden erheen. Toen wij erbij kwamen, stapten twee Tommies naar buiten, staken een sigaret op en vroegen waar ze waren en of er Duitsers in de buurt waren. “Ja, die hebben zich ingegraven in de berg hier tegenover; achter jullie is de Rijn”. Er kwamen meer Engelsen te voorschijn, totaal zes. Drie gewonden waarvan een zeer ernstig met open beenbreuken.

Wij hebben de wonden verbonden, naar beste weten het been gespalkt en de man op een wrakstuk van het vliegtuig verplaatst naar het ovenpad. Dit alles gebeurde onder het vijandelijk vuur van de Duitse jagers, die regelmatig naar beneden doken om ons te beschieten. Na enige tijd kwam er een open vrachtwagen, waarop we de ernstig gewonde piloot tilden en iedereen vertrok.

We namen aan dat de gewonden naar het ziekenhuis werden gebracht, de andere drie naar het politiebureau. Ik heb nog een keer op het ziekenhuis gevraagd naar de gewonden, maar werd afgescheept met de mededeling dat ze niets wisten”.

Videobeelden van de luchtlandingen voor de slag om Arnhem:


Bron quote en tekst: Wagezine

Categorie: 1944, Veerweg | Trefwoorden: , , , , , | Reageer »

Evacuatie en terugkeer


Professor dr. ir. Anne van den Ban (1928) was 16 toen Wageningen in 1944 voor de tweede maal werd geëvacueerd. In een terugblik op de oorlogsjaren worden een aantal jeugdherinneringen opgehaald en verteld hij over de tweede evacuatie van Wageningen.
De familie van den Ban vond toen huisvesting in een boerderij in de omgeving van Lunteren. Op deze boerderij vonden uiteindelijk 22 mensen onderdak  in de boerderij en een aantal kippenhokken.
Aanvankelijk dacht men dat de evacuatie een paar weken zou duren, uiteindelijk kon men pas na 8 maanden weer terug naar Wageningen. Na terugkeer bleek een groot deel van Wageningen verwoest: “Men heeft mij gezegd, er waren 8 huizen waar geen schade aan was, maar ik heb geen van die huizen kunnen vinden. Bij ons viel de schade nog wel mee een groot deel van de ruiten waren eruit, een van de dingen was dat we erkers hadden met een plat dak van zink en daar waren bomscherven doorgegaan dus dat lekte en daar moest wat aan gedaan worden”.
Ook het botenhuis van Argo was verwoest. Eerst door granaattreffers van de geallieerden die de boten in de haven tot zinken wilden brengen. Later werd hout van het botenhuis gebruikt voor de versterking van Duitse loopgraven in de zomerdijk. Na de oorlog werd het botenhuis opnieuw opgebouwd.

Jan van den Ban (1926), emeritus hoogleraar Cultuurtechniek, is de twee jaar oudere broer van Anne van den Ban. Hij zette zijn herinneringen aan de oorlog op papier.

De ondergrondse in Lunteren

De familie Steenbeek waar de familie van den Ban de winter van ’44 – ’45 doorbracht, was actief in het verzet. De Wageningse evacués werden hier niet in betrokken, maar hoorden later de verklaring voor onder andere een explosie in het kippenhok van de buren.

Lees verder »

Na de bevrijding

In 1944 trad Jan van den Ban toe tot de Binnenlandse Strijdkrachten, een bundeling van verzetsgroepen.

Lees verder »

Commandant Harry

Na enkele omzwervingen via Veenendaal in 1944 kwamen wij terecht op de Driesprong in Ede. Op de Deelweg konden wij beschikken over een kippenschuur.
In april 1945 kwamen de bevrijders over de heide en trokken noordelijke richting.
In april 1945 maakten amerikanen stellingen om rugdekking te geven aan de militairen die over de heide kwamen.
Bij de familie Brouwer aan de Deelweg werd een hoofdkwartier gevestigd.
Ik was toen 14 jaar en ging vaak met commandant Harry met de jeep mee om de diverse stellingen te controleren.
Op een dag toen we terug kwamen werden we door een aantal Duitsers, die zich verscholen hadden langs de Wekeromse weg beschoten.
Harry trok mij van de bijrijdersstoel naar achteren in de jeep en riep down.
Een hevig vuurgevecht volgde, ik lag weggedoken in de jeep. Toen het vuren ophield durfde ik niet meer tevoorschijn te komen.
Toen hoorde ik mijn moeder roepen en durfde ik de jeep uit te komen.
Harry is bij dit gevecht omgekomen. De Duitsers langs de Wekeromseweg zijn ook allemaal doodgeschoten.
Harry heeft mijn leven gered daar ben ik hem zeer dankbaar voor.

Chris van Aggelen

Categorie: 1944, 1945, Haven | Trefwoorden: , , | Reageer »