Tagarchief: bommen

V1 op Wageningen was een oorlogsmisdaad

De burgemeester had geen tijd en ook een wethouder kon zijn agenda niet vrijmaken. Museumvertegenwoordiger Jan Fogtelo was wél in staat om het eerste boek ´Met vuurstaart en ratelend geluid´ aan te nemen. Dat gebeurde woensdagmiddag in centrum Het Schip van Blauw.
Auteur Wim Bosman beschrijft in zijn boek de hypothese dat de inslag op het Roode Dorp op 26 maart 1943 een regelrechte oorlogsmisdaad was. Vanaf 2005 is hij bezig met onderzoek er naar.
Het boek is de weerslag van al die gesprekken en archiefbezoeken. Een onderzoeksverslag met een duidelijk eigen mening. Geen wetenschappelijk werk, wel een makkelijk leesbaar geheel met aannames.

Lees verder in De Veluwepost »

Categorie: Boeken, Nieuws | Trefwoorden: , | Reageer »

Evacuatie

Door de dreigende oorlog werd op 29 augustus 1939 door de Nederlandse regering een algehele mobilisatie afgekondigd. Indien Duitsland ons land zou aanvallen, zouden troepen aan de grens voor vertraging zorgen. De hoofdverdediging zou gevoerd worden bij de Grebbelinie en de Gelderse Vallei zou dan worden geëvacueerd, inclusief de gemeente Wageningen, behalve het gedeelte ten oosten van de Diedenweg.

Als evacuatie-adres voor Wageningen werden de gemeenten Zwijndrecht, Ridderkerk en IJsselmonde aangewezen. Het afvoeren van de bevolking zou met schepen over de Rijn gebeuren. Wageningen had deze evacuatieplannen goed uitgewerkt.

’s Morgens 10 mei 1940 kwam een telegram bij de burgemeester van Wageningen: “Aanvang maken met afvoer Burgerbevolking uwer Gemeente onmiddellijk inschepen”.
In elk schip werden ruim 400 personen uit eenzelfde wijk ondergebracht. Als laatsten werden doktoren, verplegend personeel, priesters en predikanten over de schepen verdeeld. Sommige schepen waren niet schoongemaakt. De vorige scheepsladingen van cement en kolen verdeelden de Wageningers op deze manier in ‘witten en zwarten’ toen ze er weer uitkwamen. Om 4 uur vertrokken de eerste schepen, getrokken door sleepboten. Toen de laatste schepen rond 6 uur langs Rhenen voeren, werden al bommen gegooid in het gebied bij Wageningen.

Een ooggetuigenverslag van mevrouw J.J. van Dodewaard-Rijksen:

“Een dan komt de officiële oproep: evacueren! Om 12.00 uur verzamelen bij het blokhoofd. Het is zover! Vader zet het kippenhok open en laat de konijnen vrij in het gras. Ze moeten zichzelf nu maar redden. Och, en de poes! Ook maar naar buiten. We kunnen je niet meenemen beestje. Het ga je goed!
Dan kleden we ons aan en binden de bagage op onze rug. Nog een klein koffertje en handtassen. Mijn zus en ik stoppen nog gauw wat dierbare foto’s in onze tas, en dan gaan we.
We kijken nog een keer om.

Steeds meer mensen sluiten zich aan en scharen zich om het opgeheven bord met ons groepsnummer. Tot de groep van ongeveer 50 personen voltallig achter het blokhoofd aan naar de stad trekt.

In de Hoogstraat zijn de bewoners nog thuis. Ze staren ons meewarig aan, wetende dat zij straks ook aan de beurt komen. Er ligt veel glas op de trottoirs. Militairen laten met springladingen bomen over de weg vallen, als versperring voor de vijand. De winkelruiten sneuvelen bij de ontploffingen. Winkeliers halen hun etalages leeg, en delen allerlei etenswaren uit aan de langs trekkende mensen.”

Ooggetuigenverslag mevrouw Ormel:

Ooggetuigenverslag Bert Polak (04-5-2013, Wolfheze):

Op 10 mei 1940 waren er om ± 15.30 uur luchtgevechten boven Wageningen, mijn vader  was ondercommandant evacuatie van een bepaald district van Wageningen. Wij gingen naar de Rijnaken. Mijn Grootmoeder die mij verzorgde, was ziek en werd met de ambulance gebracht,maar kon door de drukte niet bij de boten komen. Ze werd overgeladen in een kruiwagen en zo de kippentrap loopplank af het ruim ingereden. Wij waren voor die tijd rijk met het in bezit hebben van een kijker. Zo mochten 3 jongens waaronder ik de lucht af speuren of er vijandelijke vliegtuigen ons zouden aanvallen. Ja hoor daar kwam een Messerschmitt in duikvlucht aan; de begeleidende politieboot begon met zijn mitrailleur te ratelen. De jager bleek echter een noodlanding te maken! Daar kwam de burgerwacht ter plaatse, om de Duitsers in te rekenen. Ze holden naar ze toe! De Duitsers doken in het vliegtuigje en zetten een mitrailleur op de dijk… de burgerwacht rende nog twee maal zo hard om dekking te zoeken. Het was ondanks de narigheid een komisch gezicht. Met eigen ogen gezien.

Categorie: 1940, Haven | Trefwoorden: , , | Reageer »

Bominslag Beekstraat

Op vrijdagavond 26 maart 1943 hoorde vrijwel iedereen in Wageningen een geluid alsof er een groot vliegtuig met de motoren op volle kracht over de stad vloog. Angstig doken mensen ineen, of doken onder de tafel. Er volgde een zware explosie.
Achttien huizen in de Beekstraat en omgeving werden totaal verwoest. Er waren 27 doden en vele gewonden onder het puin. Woningen aan de Mauritsstraat (Julianastraat) en Vanenburgstraat waren onherstelbaar beschadigd. Een groot aantal andere woningen in deze straten en in de Van Eckstraat werden ook beschadigd. Op drie kilometer afstand werd nog glasschade gemeld.

Henk Glimmerveen:

Ik lag al lang in bed en sliep, maar werd op slag wakker door een vreemd geluid: een fluittoon als van een voorwerp dat met grote snelheid dichterbij kwam en vlak over het dak van het huis vloog. Direct daarna: een harde klap van een explosie.
Wat was dat? Een vliegtuigbom? Maar er was geen vliegtuig in de lucht. Een vliegtuig zelf, neergeschoten door de Duitsers? Maar zo had het geluid niet geklonken.
Het bleef verder stil, dus gingen we maar weer slapen.
De volgende ochtend hoorden we dat er een bom was ontploft in ‘het Rode Dorp’, een arbeiderswijk ruim een kilometer van ons huis. Nieuwsgierig als ik was ging ik kijken. Ik kon niet dichtbij komen: de buurt was afgezet. Maar op afstand was te zien dat een aantal huizen zwaar was beschadigd. Er liepen Duitse militairen rond.”

De hele nacht werd doorgewerkt om mensen te bevrijden, gewonden te vervoeren en doden te bergen. Niemand wist wat voor een enorme bom dit eigenlijk geweest was. Duitse militairen waren spoedig ter plaatse en deden nauwkeurige opmetingen.

Met het onderzoek van Wageninger Gerard Olinga lijkt een einde te zijn gekomen aan alle speculaties: Jarenlang werd gedacht dat in de avond van 26 maart 1943 een inslag van een test exemplaar van een V1 in de woonwijk het Roode Dorp de enorme verwoesting had aangericht. Na een lichtgevend verschijnsel, komende uit oostelijke richting met grote snelheid (sommigen spraken van een gloeiende vliegmachine), gepaard gaande met enorm lawaai, volgde een enorme inslag.
Uit recent onderzoek blijkt dat de zogenaamde V1 een luchtmijn was die werd afgeworpen door een  Lancaster. Deze bommenwerper was op de terugweg van een bombardement in Duisburg en  terugkeren met een zware bommenlast was niet mogelijk. De Lancaster ontdeed zich van haar last boven Wageningen, met fatale gevolgen.

Lees verder: Boek over het Roode dorp en de V1 »
Lees verder: Dakota bij Rijsteeg neergestort »

Ooggetuigenverslag Dhr. van Aggelen:

Quote: Dat bolletje brood uit de Bakkerstraat
Bron tekst: Kleine kroniek van het verzet in Wageningen 1940-1945

Categorie: 1943, Beekstraat | Trefwoorden: , | Reageer »

Bombardement Sahara

Op zondag 17 september 1944, voorafgaand aan de luchtlandingen van de Slag om Arnhem, kwam een bommenregen neer op de wijk Sahara. Hierbij vielen 35 doden en werden 14 mensen zwaar gewond, waarvan er 4 later overleden. Eén persoon bleef vermist. Veel huizen in de wijk Sahara en een deel van de Diedenweg werden vernield. Het Laboratorium voor Landbouwscheikunde kreeg enkele voltreffers en werd vrijwel geheel vernietigd.

Als voorbereiding op de luchtlandingen bij Wolfheze wilden de Engelsen zoveel mogelijk Duitse troepen rondom het landingsterrein uitschakelen. Doelwit was landgoed Belmonte waar veel Duitse legervoertuigen stonden, maar doordat de wind uit een andere richting woei dan aan de Britse piloten was doorgegeven misten de bommen hun doel.

Een verslag van Henk Glimmerveen:

Op de weg voor het huis stond ik naar boven te kijken, een beetje opgewonden omdat ik nog nooit zoveel vliegtuigen bij elkaar had gezien.
Plotseling zag ik dat een paar vliegtuigen lager gingen vliegen dan de rest. Onmiddellijk daarna zag ik bommen vallen: zwarte strepen die tegen de blauwe lucht naar beneden suisden. Zonder er bij na te denken liet ik me voorover vallen. Ik lag al toen ik de laatste bommen – heel dichtbij – zag neerkomen.
De volgende herinnering is een stofwolk, zo dicht dat ik hooguit enkele meters kon kijken. Vreemd: ik herinner me geen explosies, hoewel de ontploffende bommen en het neervallende puin van de vernielde huizen een hels lawaai moeten hebben gemaakt.
Ineens stond pa in de voordeur, roepend: “Henk, ben je daar? Leef je nog?
Ik sprong op, liep naar pa toe. Hij had blijkbaar mama, Bep en Loes al gezien, want hij verzuchtte: “We zijn er allemaal nog – Godzijdank!” Twee huizen met rieten daken stonden in brand. Meneer de Jong, die enkele huizen verderop op de Diedenweg woonde, lag op een brancard te sterven. Hij had een scherf in zijn nek gekregen.

Woensdag 20 september werden de 7 Rooms-katholieke overledenen ter aarde besteld, diezelfde dag werden ook 11 geallieerde soldaten begraven (lees hier verder) aan de Oude Diedenweg.  De volgende dag, donderdag 21 september 1944, werden de 28 overige slachtoffers van het Sahara-bombardement begraven op de Algemene Begraafplaats.
Tijdens de begrafenissen ging het oorlogsgeweld door. De woorden van de dominee werden overstemd door het gebulder van het geschut en het geknetter van mitrailleurs in de omgeving. Een vliegtuig vloog brandend over en stortte neer bij Hotel Nol in ’t Bosch. De aanwezigen renden weg om zich in veiligheid te stellen. De ceremonie op de begraafplaats moest worden afgebroken.

Quote: Dat bolletje brood uit de Bakkerstraat
Bron tekst: Wagezine

Categorie: 1944, Sahara | Trefwoorden: , | Reageer »

Luchtlandingen


Noodlanding glider

Op maandag 18 september 1944, de tweede dag van de grote luchtlandingen, moest een glider een noodlanding maken in de uiterwaarden langs de Veerweg naast het steenovenpad. Het toestel was zwaar beschadigd. Van de zes Engelse militairen bleken er drie min of meer ernstig gewond te zijn. Drie militairen werden krijgsgevangen gemaakt en, lopend via de Veerweg en een gedeelte van de Veerstraat, door de Duitsers afgevoerd. De straatbewoners begroetten de gevangenen vriendelijk en gaven hun fruit. De Duitsers maakten geen bezwaar.

De toen aan de Veerweg wonende mevrouw Bleeker snelde naar het neergestorte toestel om hulp te verlenen:

“We zagen het vliegtuig zich losmaken van de groep en naar ons toe neerkomen precies over het middenpaadje van de weilanden. Het was een wonderbaarlijk gezicht. Het vliegtuig splitste zich en reed in twee delen uiteen, het achterdeel op de wielen van de jeep die erin stond. Wij grepen onze EHBO-tas en renden erheen. Toen wij erbij kwamen, stapten twee Tommies naar buiten, staken een sigaret op en vroegen waar ze waren en of er Duitsers in de buurt waren. “Ja, die hebben zich ingegraven in de berg hier tegenover; achter jullie is de Rijn”. Er kwamen meer Engelsen te voorschijn, totaal zes. Drie gewonden waarvan een zeer ernstig met open beenbreuken.

Wij hebben de wonden verbonden, naar beste weten het been gespalkt en de man op een wrakstuk van het vliegtuig verplaatst naar het ovenpad. Dit alles gebeurde onder het vijandelijk vuur van de Duitse jagers, die regelmatig naar beneden doken om ons te beschieten. Na enige tijd kwam er een open vrachtwagen, waarop we de ernstig gewonde piloot tilden en iedereen vertrok.

We namen aan dat de gewonden naar het ziekenhuis werden gebracht, de andere drie naar het politiebureau. Ik heb nog een keer op het ziekenhuis gevraagd naar de gewonden, maar werd afgescheept met de mededeling dat ze niets wisten”.

Videobeelden van de luchtlandingen voor de slag om Arnhem:


Bron quote en tekst: Wagezine

Categorie: 1944, Veerweg | Trefwoorden: , , , , , | Reageer »

De tweede evacuatie

De oorlog vlak bij huis – de dood van Tonnie Eimers (12 jaar)

Na de luchtlandingen van 17 september 1944 bezetten Engelse en Poolse troepen de Betuwe. Van hieruit werd Wageningen beschoten,  Duitse artillerie vuurde terug. Wageningen was opnieuw frontstad geworden en de bewoners moesten voor de tweede keer evacueren.

Op 24 september kwam een bevel tot ontruiming van de Nude en de Veerweg. Op 1 oktober 1944 werd het bevel tot algehele ontruiming van de gemeente Wageningen gegeven. De Kampfcommandant schreef: “Der gesamte Ort Wageningen ist bis heuteabend 18.00 von allen Zivilisten zu räumen. Zivilisten, die nach 18.00 noch im Ort betroffen werden, worden als in Dienst des Feindes stehend behandelt”.

Het ooggetuigenverslag van Hans van Rhoon:

Een zware slag voor de familie.

De geallieerde troepen trokken vanuit het zuiden noordwaarts, met de bedoeling de rivierovergangen in handen te krijgen – o.a. de Rijnbrug in Arnhem – en van hieruit Duitsland in te trekken. Hierbij zouden de geallieerden steun ontvangen van in Engeland bewapende en bemande vrachtvliegtuigen, door de luchtmacht voortgetrokken ‘’gliders” (zweefvliegtuigen), parachutisten, grondmaterieel etc. De luchtlanding vond plaats o.a. op de Renkumse hei, slechts enkele kilometers van ons huis aan de Ritzema Bosweg in Wageningen. Door vertraging in de opmars vanuit het zuiden en de niet verwachte zware Duitse tegenstand, kwam Wageningen knel te zitten tussen de geallieerden in de Betuwe en de Duitsers. Duits geschut stond o.a. opgesteld op de begraafplaats aan de Diedenweg. Geallieerde gevechtsvliegtuigen schoten bovendien vanuit de lucht op alles wat bewoog. Kortom: de situatie in Wageningen was rijp voor evacuatie van de bevolking.

Toni Eimers

Er kwam Duits bevel dat in eerste instantie een deel van Wageningen geëvacueerd diende te worden, o.a. de Veerweg waar Pa en Ma Eimers, zoon Tonnie, dochter Annie en schoonzoon Andries woonden. De familie zou bij ons aan de Harnjesweg – Ritzema Bosweg intrekken. Eenmaal daar gearriveerd opperde Ma Eimers nog even terug naar de Veerstraat te gaan; ze had daar nog wat etenswaar staan. Pa Eimers, Tonnie en ik zouden Ma Eimers begeleiden. Na onder aanhoudend granaatvuur uit en naar de Betuwe nog wat zaken bij elkaar gepakt te hebben, verlieten we Veerstraat 118.

Pa en Ma Eimers kwamen uit de voordeur, Tonnie met mij met fiets, verlieten het huis aan de achterzijde. Tonnie zei nog tegen mij: “Ik ben zo bang!” Er sloeg een granaat naast de voordeur in, een grote stofwolk achterlatend. Een groot gat in de muur nadat de stofwolk was opgetrokken werd zichtbaar. Pa Eimers lag, hevig bloedend uit zijn hoofd, languit voorover op de stoep met voor hem liggend Ma Eimers. Naast de omgevallen fiets lag Tonnie, hevig bloedend, op de grond. Een granaatsplinter had hem in zijn hals getroffen. Tijdens zijn spoedtransport op een ladder naar het ziekenhuis heb ik geprobeerd de halswond dicht te knijpen. Helaas was hij bij aankomst in het ziekenhuis overleden.

De nacht werd met 9 personen:

  • Pa en Ma Eimers (Pa zwaar/Ma licht gewond)
  • Pa en Ma van Rhoon
  • Annie Eimers en echtgenoot Andries van Harn
  • Joke Eimers en ik (echtgenoot Hans van Rhoon)
  • Pim van Rhoon

in de kelder van de Familie van Rhoon doorgebracht, hetgeen een bizarre belevenis is geworden. Er was bijna de gehele nacht oorverdovend granaatvuur. De volgende ochtend lag de tuin vol met “blindgangers” (niet ontplofte granaten).

Het was te gevaarlijk om daar te blijven. Inmiddels was het bevel gegeven geheel Wageningen te evacueren. We hebben de meest noodzakelijke spulletjes ingepakt, ons gemeld bij het in der haast ingerichte noodziekenhuis aan de Ritzema Bosweg, waar Pa Eimers door de dokter werd verzorgd en het verband om zijn hoofd werd verschoond. We werden in het ziekenhuis nog aan het werk gezet met doorgeven van beddengoed, omdat het ziekenhuis door het aanhoudende granaatvuur weer verplaatst moest worden. Daarna moesten we met Pa Eimers op een karretje voor ons uit duwend lopend op weg naar Veenendaal. Halverwege kwam ons een Rode Kruis – colonne tegemoet. Pa Eimers werd hierbij op een bakfiets gelegd en naar Veenendaal gereden. We bereikten verder lopend in vergelijking met Wageningen het rustige Veenendaal, waar we op evacuatieadressen werden ondergebracht.

grafsteen_toni_eimers_wageningen

Enkele dagen later zou Tonnie op de Wageningse begraafplaats worden begraven. Pa Eimers kon door zijn verwonding hierbij niet aanwezig zijn. Andries van Harn en ik zouden de familie op de begrafenis vertegenwoordigen. Wij waren op de afgesproken tijd in Wageningen aanwezig, maar wij kregen geen toestemming om naar het kerkhof te gaan. De begrafenis had overigens al in de vroege ochtend plaatsgevonden. Bedroefd zijn we teruggegaan naar Veenendaal. Het was bijzonder teleurstellend niet namens de familie in staat te zijn geweest Tonnie een laatste eer te hebben kunnen bewijzen ………………………….. .

In juli 1945 keerden we weer naar Wageningen terug. De vreugde over deze terugkomst verdrong de deprimerende ervaringen van een negen maanden durende evacuatietijd van armoede, verdriet en ellende. De tijd heeft deze zwarte periode in ons leven nimmer doen helen.

Opgetekend in 2014 door: Hans van Rhoon (94 jaar)

 

Categorie: 1944, Noodhospitaal Ritzema Bosweg | Trefwoorden: , , , , | Reageer »

Oorlogsherinneringen


Herinneringen aan de oorlog, door Bep Torkington-Kreszner, Brisbane (Australië)

Het paard van Hendriks, onze melkboer, heette Nellie, en waarschijnlijk begreep ze niets van alle drukte. Maar in oktober 1944 vervulde ze een hele belangrijke rol. Daarop kom ik later terug.

In april 1939 werd ik in Amersfoort geboren als enigste kind van Willem Frederik Hendrik Kreszner en Alberta Wilhelmina Kreszner-Brons. Van het wonen in Amersfoort weet ik maar weinig af, want in juli 1939 kreeg mijn vader een betrekking als chef-kok aan Studenten Sociëteit Ceres op de toenmalige Rijkstraatweg in Wageningen, dus kwamen we op de Brinkerweg in Wageningen te wonen.

In mei 1940 was ik één jaar oud toen we voor de eerste keer geëevacueerd werden, omdat de Duitsers het land binnengevallen waren en er hevig op de Grebbeberg werd gevochten. Daar heb ik natuurlijk ook geen persoonlijke herinneringen van, alleen mijn ouders hebben me later verteld dat alle inwoners van de stad naar de haven liepen en daar met Rijnaken stroomafwaarts gingen. Uiteindelijk kwam ons gezin in Zevenhuizen, vlakbij Gouda, terecht. Na een korte tijd konden we weer naar Wageningen terug. Deze keer werden we in vrachtwagens getransporteerd. Toen we over de Grebbeberg kwamen, lagen er lijken langs de weg.

De Landbouwhogeschool ging al vroeg in de oorlog dicht, dus ook Ceres. Mijn vader heeft geholpen met het wegbrengen en vernietigen van goederen die de Duitsers misschien wel goed van pas zouden komen. Gedurende de oorlogsjaren heeft mijn vader in verschillende zaken in de omgeving gewerkt, zoals in Hotel De Bilderberg in Oosterbeek en Rijnzicht in Renkum, dat toen een café-restaurant was.

Het leven voor iedereen was moeilijk. Voedsel was schaars en alles was op de bon. Er moesten van de Duitsers ’s avonds zwarte horren voor de ramen geplaatst worden, zodat de lichten niet gezien konden worden vanuit de lucht. Radar was er toen nog niet.

Een zuster van mijn vader, Tante Guus, was getrouwd met Josua Harpman, een Jood. Ze hadden geen kinderen, wat misschien maar gelukkig was. Ze woonden in Overveen bij Haarlem. Mijn vader heeft vele mensen, waaronder Joden, geholpen en op een dag hoorden wij dat de Duitsers van plan waren om hem te arresteren. Overhaast zijn we vertrokken uit Wageningen en waren drie maanden in Overveen, bij Tante Guus en Oom Jo, wat achteraf bekeken misschien als het hol van de leeuw beschouwd kan worden. Toen het voor de Joodse mensen steeds gevaarlijker begon te worden, verhuisden we van Overveen naar Wageningen, waar Oom Jo in een pakhuis ondergedoken zat en Tante Guus bij ons introk. Dat pakhuis was in de Kloostersteeg, die uitkwam op de Heerenstraat. Oom Jo was zakenman en verkocht allerlei dingen voor de horeca en voor banketbakkers.
Ze waren allebei dol op dieren en hadden katten, een hond, goudvissen, en een papagaai die een woordenschat had die beslist niet door de beugel kon. De dieren kwamen ook bij ons. Ik was misschien 3 of 4 jaar oud toen ik enige woorden herhaalde die papegaai Nico uitsprak. Moeder vond dat zo erg dat Nico weg moest. De volgende dag was hij verdwenen.
Op een kwade dag moest Oom Jo voor zaken naar Amsterdam. Hij ging met de bus naar Ede en toen op de trein. Van die reis is hij nooit teruggekomen, want in Amsterdam werd hij door iemand verraden. Hij is op 31 januari 1944 in Auschwitz omgekomen. Ik kan me nog de dag herinneren dat hij ’s morgens vertrok maar ’s avonds niet terugkwam.
Tante Guus was er natuurlijk heel erg overstuur van, en wij ook, want we mochten Oom Jo zeer graag en van Tante Guus heb ik ook veel gehouden. Ze is nog een hele tijd bij ons in huis geweest, maar wilde op zichzelf wonen en verhuisde naar Renkum. Gedurende de hongerwinter was zij in Friesland. In 1970 is ze nog bij ons in Australië op bezoek geweest.

Bij ons om de hoek in de Gravinnestraat woonde een gezin met drie kinderen, waar ik wel eens mee speelde. De vader was bij de brandweer in Wageningen. Op een zondag in september 1944 waren de drie kinderen op bezoek in de Sahara. Terwijl ze daar waren, vond het bombardement op de Sahara plaats, waarbij de drie kinderen zijn omgekomen. Andere kinderen hadden de ouders niet. Na de oorlog droeg de moeder altijd zwart.

Mijn vader besloot om een schuilkelder in onze achtertuin te graven. Ik kan me herinneren dat we daar ’s nachts in zaten en vliegtuigen over ons heen vlogen. Vader liep een hevige kou op en dat werd spoedig longontsteking, gevaarlijk voor iemand die al uitgehongerd en zwak was. Na een korte tijd werd hij opgenomen in een nood-ziekenhuis in Veenendaal, dus bleven mijn moeder en ik thuis achter.

Maar nu op Nellie terug te komen. Begin oktober 1944 moest iedereen uit Wageningen weg, en hier heeft het paard Nellie een goede dienst bewezen. De kinderen en ik werden op de melkkar geladen, samen met wat kleren enz., en Nellie werd ervoor gespannen. Moeder en Mevrouw Hendriks reden op de fiets, de oudste jongen reed de fiets van mijn vader. Melkboer Hendriks had een broer die in Bennekom op een boerderij woonde en die we allemaal Ome Gijs noemden. Ome Gijs heeft ongeveer 80 mensen onderdak gegeven in die tijd. We sliepen in de hooibergen, in de varkensstal, en ook op de deel. De koeien gingen ’s avonds in de stallen aan beide kanten van de deel en wij sliepen ertussenin. Moeder en ik lagen vlak naast een koe, en als dat beest zijn kop naar ons toe stak, kroop ik onder moeder uit angst.

Maar ook daar moesten we weg. Vader lag nog steeds in het ziekenhuis in Veenendaal, en op de Zandstraat in Veenendaal konden we uiteindelijk een klein huisje krijgen, een zolder boven en beneden een grote kamer met twee bedsteden, een klein gangetje en een keukentje. De wc was buiten, een plee. We deelden dit huisje met een andere familie. Met de Kerstdagen hadden we een kerstboom op de kop getikt en die met propjes watten versierd, wat sneeuwvlokjes moest betekenen.
Na een paar weken kwam vader thuis, maar kort daarna werd er op de deur geklopt. Het waren Duitse soldaten, en vader kreeg een keus. Hij kon voor hun in Veenendaal komen koken of naar een concentratiekamp in Duitsland weggevoerd worden. Hij was nog erg zwak, maar koos ervoor om voor de Duitsers te koken. Hij sprak vloeiend Frans en Duits. Het was gedurende de hongerwinter en terwijl hij voor hun kookte, hadden wij en vele bekenden ook geen honger meer. Niet dat de Duitsers hem eten gaven, maar zijn jas had diepe zakken!
En zo ging het een paar maanden door, totdat we allemaal moesten schuilen in de kelders van de kunstzijdefabriek in de Zandstraat. Kort daarna mochten we weer naar ons huisje terug en ik heb daar toen mijn zesde verjaardag gevierd. Op de een of andere manier had mijn vader boter en meel te pakken gekregen en bakte hij kleine taartjes. Wat een traktatie voor ons kinderen op het verjaardagsfeestje.

Het eind van de oorlog kwam spoedig daarna en we konden weer naar Wageningen terug. Wat een verschrikkelijke toestand heerste in de stad. De meeste huizen hadden schade, overal lag puin en rommel, en de ramen in huizen waren allemaal gebroken. In ons huis op de Brinkerweg was alles van waarde gestolen, en wat niet gestolen was, was gebroken of kort en klein gemaakt, maar we hadden een huis om in te wonen. Er heerste een grote woningnood, en bijna ieder huis had twee gezinnen. Mijn ouders kozen ervoor om studenten op kamers te nemen. Vader kreeg voor een paar maanden een baantje bij de hulp-politie maar toen de Landbouwhogeschool weer opende in september 1945, ging hij daar weer als chef-kok werken. In september 1945 ging ik voor het eerst naar school, de Piekschool, die toen nog op de Ritzema Bosweg was.

Het heeft m’n ouders heel wat moeite gekost om het huis weer aan kant te krijgen. Maar in augustus 1950 besloten we om naar Australië te emigreren, en in mei 1951 vertrokken we met het schip de Sibajak naar Australië. De eerste paar jaar waren zeer moeilijk voor ons, grotendeels omdat we de Engelse taal niet spraken, maar daar zijn we alle drie vloeiend in geworden. Ook hier hebben we de eerste paar jaar armoede geleden. Vader is in 1976 overleden aan longkanker en moeder in 1999 aan de ziekte van Alzheimer. In 1964 ben ik met een Australische man getrouwd, Rod Torkington, en we hebben twee zoons, een lieve schoondochter en een kleinzoon.

Toch zal ik de Tweede Wereldoorlog in Nederland nooit vergeten. In 1979, 1987, en in 1995 ben ik weer in Wageningen geweest, de laatste keer met m’n man om Bevrijdingsdag te vieren. In 1987 heb ik zelfs gelogeerd bij het gezin dat nu in ‘ons oude’ huis woont, oude kennissen van ons gezin. In 1995 keek Rod z’n ogen uit naar al de vlaggen – er hing zelfs een Australische vlag in de Hoogstraat.

Hier heb ik een Wageningse Bevrijdingsvlag die op 5 mei trouw uitgestoken wordt tot verbazing van de buurt.

Categorie: 1940, 1944, 1945, Sahara | Trefwoorden: , , , | Reageer »

Bouwen en Bommen op de Wageningse Berg

Bouwen en bommen op de Wageningse BergHet boek gaat over het bouwen van huizen in de Hamelakkers (Sahara) rond 1920-1924 en over de bommen die vielen op de wijk op 17 september 1944 toen de Slag om Arnhem begon.

De presentatie van het boek was op 20 september 2004 in het kerkelijk centrum de Vredehorst.

Bouwen en Bommen op de Wageningse Berg
Reinier A.R. Elders
Historische Reeks Oud-Wageningen no. 10
Deel I 2004
Deel II 2006
ISBN 9090183396

Categorie: Boeken | Trefwoorden: , , | Reageer »