Dakota bij Rijnsteeg neergestort

Luitenant-kolonel b.d. Theo Boeree uit Ede (1879-1968) deed uitgebreid onderzoek naar de Slag om Arnhem. Eén van die onderzoeken ging over de lotgevallen van het 11e Britse Parachutisten Bataljon in 1944.
Dankzij Boeree is er veel bekend van de gebeurtenissen van maandag 18 september 1944. De dag ervoor landden de Airbornes ten oosten van Ede. De volgende dag gingen de droppings door. Het 11e bataljon vertrok vanaf het vliegveld Saltby en vloog met 33 Dakota’s naar het landingsgebied Ginkelse Heide. De toestellen vlogen twee routes, één vanaf het zuiden richting Ede. De Duitsers hadden zich inmiddels hergegroepeerd en op de Grebbeberg werd versterkt luchtafweergeschut geplaatst.
Toen de toestellen rond een uur of drie overkwamen en al laag vlogen in het zicht van Ede, wachtte een onaangename verrassing. Twee Dakota’s werden vroegtijdig neergehaald, waarbij wonderwel de meeste mannen de crash overleefden. Hun ervaringen en hun tocht met hulp van het Nederlandse verzet door de vijandelijke linies (onder meer door Wageninger Lambert Ledoux), staat uitgebreid beschreven in het boek.

Achterberg en Wageningen

De Dakota met als piloot de Amerikaan Captain George Merz kwam neer aan de Slagsteeg in Achterberg. Hierin zaten veertien Britse parachutisten onder leiding van kapitein Frank King. Van deze veertien overleed er één bij de crash: sergeant K.J. Metcalfe. Hij is begraven op de algemene begraafplaats in Rhenen, graf 27.B.11.
De andere Dakota kwam neer aan de Rijnsteeg in Wageningen. Het toestel werd gevlogen door de Amerikaanse luitenant Frederick Hale.
Hierin zaten achttien Britse para’s onder leiding van luitenant Keith Bell. Van deze achttien zijn er bij de crash acht overleden. Zeven van hen werden begraven op de algemene begraafplaats van Wageningen. De oorlogsgraven zijn sinds 2013 geadopteerd door leerlingen van de GJ van den Brinkschool.

Bron / lees verder: Veluwepost

Categorie: Verhalen.

Reacties zijn gesloten.